Voor CineMeow interview ik bekende Nederlanders over de katten in hun leven. Deze keer Miryanna van Reeden. Geertje van Odijk maakt de foto's.
“Nadat mijn vorige twee katten overleden op 16- en 18-jarige leeftijd, wilde ik wel weer een nieuwe kat in mijn leven. Het liefst eentje die al geboren was. Zo kwamen we vier jaar geleden op die bolle donkere, het mannetje. Dat had best nog wat voeten in de aarde. We kochten hem als klein katertje via een Marktplaatsadvertentie en kwamen uit bij een stel louche types in Amsterdam Noord. Zij maar zeggen ‘het is een Maine Coon, kijk maar naar de M op z’n voorhoofd’, maar volgens mij hebben alle Cyperse katten dat. Daarvoor moesten we al 50 euro aanbetalen, dat hebben ze vast ook bij andere geïnteresseerden gedaan. Ze gebruikten het arme beest gewoon als melkkoetje. Bij de dierenarts bleek toen dat hij niet 9 weken was, zoals ze zeiden, maar amper 6 of 7 weken oud. Hij was de laatste uit het nest en waarschijnlijk wilden ze er nu wel vanaf.
We noemden hem Nuñez, naar Chris Núñez uit tattooshop/ realityserie Miami Ink. Een makkelijke naam om uit te spreken voor mijn toenmalige Argentijnse vriend. Eenmaal thuis scheet die kleine Nuñez de hele boel onder. Constant aan de diarree, heel zielig. Ik moest het huis telkens schoonmaken en van alles weggooien. We probeerden allerlei medicijnen om het te verhelpen en iedere keer keek hij me weer aan van ‘o jee, wat gaan we nu doen.’ Hij is er bovenop gekomen, maar door die kinderziekte is hij wel altijd kleiner gebleven dan andere katers van zijn leeftijd.
Mijn andere kat, die rode, Johnny Brava (5), was eigenlijk de kat van de buurvrouw. Om eerlijk te zijn loerde ik al een tijdje op haar. Op een dag vroeg de buurvrouw of ik haar over wou nemen (ze kon het niet meer opbrengen). Ik hoefde niet lang te twijfelen, ze leek me ook ideaal gezelschap voor Nuñez. Toen heette ze trouwens nog Jula, maar omdat ik destijds in de serie Julia’s Tango zat, klonk dat me net te veel als zelfpromotie.
Jammer genoeg is de vriendschap waar ik op hoopte nooit tussen ze opgebloeid. Nuñez is dominant en Johnny heeft geen humor. Als hij bovenop haar duikt, moet ze er niks van hebben. Ze is een frêle poppetje dat veel te graag op zichzelf is. Het liefst zit ze zelfs op een verhoging zodat ze onzichtbaar blijft.
Het enige moment dat ze zich verenigen, is als ik thuiskom. Dan wachten ze samen, pal achter de deur. Volgens mij horen ze vlak daarvoor dat ik de hal inloop. En als ik binnen ben is het aaien, veel aaien. Ik probeer ze dan heel tactisch af te leiden door ze met een hand te strelen aan de zijkant, anders laten ze niet toe dat ik met mijn andere hand over hun buik ga. Een kattenbuik is het mooiste dat er is.”