Milk: Strakke spijkerbroeken en idealen

 

Matt Damon en Casey Affleck die weinig meer doen dan zwerven en verdwalen in een woestijn (Gerry), rustige middelbare school tafereeltjes die uitmonden in een bloedbad (Elephant), een nogal apathische visie op de laatste dagen van Kurt Cobain (Last Days). Of anders een skaterfilm annex misdaaddrama waarvoor de cast van Myspace is geplukt (Paranoid Park).

Zo op het eerste gehoor klinkt het als een bij elkaar geraapt zooitje, maar de laatste vier films van Gus van Sant zijn op een vreemde, onopvallende manier met elkaar verbonden. Heel globaal gezegd: alle vier eigenzinnig en persoonlijk, steevast een jongen of man in wording in de hoofdrol. Van Sant’s nieuwe, de biopic Milk, zet deze lijn gedeeltelijk voort. Met de nadruk op gedeeltelijk.

Hoofdpersoon is een oude jongen aan het begin van de jaren zeventig, Harvey Milk genaamd. Deze vrijgevochten homoseksueel loopt tegen de veertig en heeft het gevoel nog niets belangrijks met z’n leven te hebben gedaan. Tijd voor verandering dus, én voor een verhuizing van New York naar San Francisco. Samen met z’n vriendje begint hij een fotozaak die al snel uitgroeit tot een politiek crisiscentrum en vergaarbak voor allerhande jonge homoseksuelen met ambities en ideeën. Iets dat regisseur van Sant zich geen twee keer heeft laten zeggen want z’n altijd aanwezige neiging tot mooifilmerij van jonge jongens krijgt ruimschoots baan bij bijvoorbeeld James Franco als Milk’s vriendje (poster boy met inhoud) of een assertieve Emile Hirsch die je met liefde op z’n bruine krulletjes gelooft.

 

Stiekem conventioneel

Door deze parade aan lekker losbandige personages die politiek sexy lijken te maken, komt Milk over als een nogal onconventionele film: strakke spijkerbroeken gecombineerd met idealen. Maar uiterlijke schijn bedriegt. Stiekem is Milk juist behoorlijk conventioneel. En dat zoals gezegd voor een regisseur die uitblinkt in excentrieke projecten. Het meest logische argument dat hier voor te vinden is, is dat van Sant het onderwerp boven van zijn drang tot experimenteren heeft gesteld. Het verhaal over de eerste openlijk homoseksuele politicus in de Verenigde Staten als een te belangrijk goed om in filmhuizen met een klein publiek terecht te komen. Milks stem die gehoord moet worden tot ver nadat hij werd gesmoord (lees: vermoord).

Maar meer dan een film van van Sant is dit er een van zijn cast. Sean Penn, meestal te zien in bonkige mannenrollen, zet met zijn vertolking van homoactivist Harvey Milk een aandoenlijke en kinderlijke man neer. Zachtaardig en met een aanstekelijk charisma. Aan de andere kant van de ‘boksring’ staat Josh Brolin als Dan White, zijn politieke tegenstander. In een enkele scène van slechts een paar seconden (raad welke, hint: hij zit op een bank) wordt zijn personage doeltreffend samengevat.

De brede toegankelijkheid van dit ‘heldenverhaal’ met bekende en aantrekkelijke gezichten werpt bovendien zijn vruchten af. In het Amerikaanse prijzenseizoen is Milk een van de koplopers. Het binnenhalen van een aantal Oscarnominaties is dan ook niet zozeer te verwachten maar zo goed als zeker. Het enige dat bij al die erkenning is af te vragen, is of  de film wordt beloond, of een maatschappelijk belang. En of dat er eigenlijk wel toedoet?

 

Deze recensie is eerder verschenen op de site van Film1.