Crazy Heart: Een antiheld op witte sokken
Op een gegeven moment krijgt Bad Blake (Jeff Bridges) de vraag wie er nog echt country is. Country is namelijk een beetje de weg kwijt. En dan kan je denken, kop op en achter de wolken schijnt de zon. Maar dat is nou juist de bedoeling niet. Achter de vrolijke Hannah Montana liedjes en al dat line dancen zou juist geen enkele zon horen te schijnen. Echte country and western zit namelijk vol weemoed, anders zou die welbefaamde snik waarmee het wordt gezongen ook nergens op slaan. Klagen, verlangen, smartlappen. De blues van mensen met cowboyhoeden op. Niet voor niets is er dat liedje van de Rascal Flatts: “... You wanna know what you get when you play a country song backwards? You get your house back. You get your dog back. You get your best friend Jackson back. You get your truck back…”
In Crazy Heart is het lot van Bad Blake er één dat zo in een authentiek country liedje bezongen kan worden. Over verlopen succes en hoe hij dwars door de droge en rotsachtige binnenlanden rijdt. Uitgeblust en in zijn rammelende rode wagen, langs lukraak uitgestrooide stukken groen die er als een stel watten bij liggen. Altijd op weg naar een volgend optreden. Een lot van dronken spelen in tenten vol vergane glorie. Country held in de hoek van een bowling baan, oude hits prevelend voor twee handjesvol publiek. Fans met geverfd haar (óf te zwart, óf te blond), overdadig gestifte lippen en meedeinzende decolletés. En als het even meezit belandt er nog één in zijn bed ook. Als dat zo bij elkaar opgeteld nog geen goed couplet voor een country nummer is, wat dan wel?
Ontdaan van ego
Door de ‘held over de houdbaarheid’-thematiek, doet dit debuut van regisseur Scott Cooper een beetje denken aan The Wrestler, die andere recente film die volkomen samenvalt met zijn hoofdpersoon. Crazy Heart is binnen deze double bill echter de mindere. Minder bedachtzaam en met minder visuele flair gemaakt. Zo lijkt Coopers strategie toch gewoon om de weidse vlaktes en sneue stekkies van New Mexico de toon te laten zetten, zodat de knauwende accentjes de rest kunnen doen. Een aanpak die op zich zou kunnen werken als je (een wat afwijkend) oog voor detail zou hebben. In dit rechttoe rechtaan geval zorgt het vooral voor clichématigheid en lijken echte locaties soms van bordkarton te worden.
Dat dit portret toch niet vervalt in een soort tv-film, komt door een opvallend sterke cast waarvan alleen Maggie Gyllenhaal de ondankbare rol van verlegen glimlachjes en wegkijken heeft tussen een reeks aandoenlijke, halfstoere mannen. Met als sterkste troef toch wel de Oscarwinnende vertolking van Jeff Bridges. Hoe hij Bad Blake gestalte geeft is zo achteloos en vanzelfsprekend, dat je amper nog van gestalte geven kunt spreken. Hij lijkt gewoonweg te zijn. Geen arme stakker, maar een charmante, komische en tragische antiheld. Daar ligt hij, volkomen ontdaan van enig ego. Met bezweet gezicht, witte sokken en blote buik, kijkend naar hijgende latina’s op de buis.
Crazy Heart schikt zich in het tamelijk stereotype idee dat een ware countryheld ook echt bij de pakken neer moet zitten om echte country te schrijven. Het ware geluk, schuilend in een drankprobleem. Zonder dat valt er niets te overwinnen, niets om te verwerken, niets om over te zingen. Als dat dan toch de overtuiging is, wat is het dan een ontzettend groot geluk dat Jeff Bridges mompelt, tuimelt en tokkelt als de beste.
Deze recensie is eerder verschenen op de site van Film1.