30 december 2015. Nu het 90% zeker is dat ik dit jaar geen films meer ga zien van het afgelopen jaar, durf ik het aan. Mijn lijstje beste films van 2015.
Ik hou zelf heel erg van lijstjes, maar scan dan meestal meteen de titels. Ik ga dus niet te veel voorwoord doen, maar meteen beginnen. Al speel ik wel een beetje vals, want ik begin met wat het net niet haalde. De runners-up. In sommige gevallen met eeuwige twijfel of ze niet in mijn top 10 moesten staan, maar ja ten koste van wat? Here goes dus, in willekeurige volgorde (want ik blijf niet bezig):
Phoenix, Mustang, Frank, El Club, Citizenfour, The Lobster (met zonder twijfel de beste poster van dit jaar), Bridge of Spies, 45 Years, Prins, Ich Seh, Ich Seh, A Family Affair, Amy, La Loi du Marché.
En dan nu...
11. De Onbekende Soldaten
Een top 10 met 11? Ja, ik maak er een elftal van. En nee, de onbekende soldaten is niet de titel van een film. Wat wel? Zoek de overeenkomsten:
1. Angely Revolyutsii (Angel of Revolution)
Het waargebeurde verhaal van 5 kunstenaars die in 1934, vanuit de overheid, de Russische avant-gardekunst aan de man moeten brengen in het noorden van de Sovjet-Unie. Pareltje vol visuele vondsten, met onverwachte Wes Anderson echo’s. Of echode Anderson al die tijd Russische avant-garde?
2. London Road
Een musical over een Engelse volksstraat in de nasleep van een aantal prostitueemoorden. Gebaseerd op ware feiten rond London Road (Ipswich), 2006. Sterker nog, gebruikmakend van de exacte bewoordingen van de bewoners. Kitchen sink realism met catchy deuntjes, de altijd geweldige Olivia Colman en een twee minuten rol van Tom Hardy.
3. Il Racconto dei Racconti (Tale of Tales)
Een voor een Gouden Palm genomineerde sprookjesvertelling van Matteo Garrone (Gomorra). Losjes geïnspireerd op de verhalen van de Middeleeuwse schrijver Giambattista Basile. In de collectie absurde, in elkaar overlopende verhalen eet een koningin het hart van een zeemonster om zwanger te worden en houdt een koning stiekem een vlo, het beest voerend tot het gigantische proporties aanneemt. Even wennen voor een fantasy- en Middeleeuwenhater als ik, maar al snel universeler dan de kostuums doen vermoeden.
Drie films die weinig belletjes zullen doen rinkelen. Simpelweg omdat ze niet in Nederland zijn uitgebracht. En dat is eeuwig zonde, want er was genoeg meuk die we niet hoefden te zien en die wel uitkwam. Op 11 daarom deze drie films, symbool voor al die titels die ons zijn ontvallen (nooit bereikten).
10. Love is Strange
Een van de mooiste eindscènes van het jaar. Huilen in het trappenhuis terwijl op de achtergrond een auto voorbij rijdt. Net zo emotioneel als terloops. Tekenend voor een film die van alles zegt en de cirkel rondmaakt in een ogenschijnlijk onopvallende beweging/omtrekking. Het duurde dan ook een jaar terugblikken om die enorme subtiliteit op waarde te schatten. En niet dat ik er fundamentalistisch in ben, maar wat fijn dat homoseksualiteit eens geen zorgenkindje is maar gewoon volwassen.
Lees hier mijn volledige recensie.
9. Realité
Quentin Dupieux, de muziekproducent en regisseur die ons Mr. Oizo en de film Rubber (over een wraakzuchtige rubberband) bracht, strikes again. Dit keer combineert hij het mystieke van David Lynch met de ongemakkelijkheid van Todd Solondz. Grappig en schurend omdat het klopt binnen zijn eigen, onnavolgbare logica. Droom, 'werkelijkheid' en film lopen door elkaar. Zo vindt een meisje een blauwe videoband in de ingewanden van een everzwijn en is een cameraman op zoek naar de perfecte gil om de financiering van zijn film rond te krijgen. Dacht je dat Inception veel droomlevels had, think again.
8. Son of Saul
Moeilijk geval want misschien wel de beste film van het jaar, en door zijn beladen concentratiekamp-onderwerp komt alles behalve een nummer 1 plek oneerbiedig over. Maar zoals Vera Mann al eens zong (nou sort of dan): "mijn lijstje is van mij.” Het van sentimenten gespeende Son of Saul confronteert met totale uitzichtloosheid en is daarin volkomen onontkoombaar. Of zoals Bert Wagendorp schreef: “Ik keek tamelijk onaangedaan naar Son of Saul en ik voelde me daar schuldig over.” Naast de vakkundigheid van debuterend regisseur László Nemes, ligt alles besloten in het gezicht van de dicht op de huid gefilmde hoofdrolspeler Géza Röhrig.
7. Foxcatcher
In een film durende slow motion beweging smijt Bennett Miller the American Dream aan diggelen. Spanning opgebouwd uit stiltes en kaders die net iets te ruim om de personages vallen. Met vertolkingen die verrassend en vanzelfsprekend tegelijk zijn: Steve Carell is als zelf ingekochte worsteltrainer verre van grappig en Channing Tatum zet zijn lichaam dit keer niet in om toegejuicht te worden, maar om er mooi tragisch in te zijn.
6. Eden
Maria Hansen-Løve’s (ook bekend van het weemoedige Un Amour de Jeunesse) nieuwe film gaat over de opkomst van de Franse electro, maar is kalmer dan het onderwerp doet vermoeden. In de twee decennia die het beslaat wordt iedereen ongemerkt ouder. De tijd verglijdt en voor je het weet moeten dingen niet eens meer beginnen, maar zijn ze al voorbij. Een film waarin de nostalgie van de kijker (want beginnend in de jaren negentig) langzaamaan wordt verdrongen door melancholie. Subtiel afgezet tegen het succes van Daft Punk.
5. Carol
Het kostte me twee keer kijken om van Carol te houden. Een keer waarin alles me te traag was maar die me blijkbaar voorbereidde op keer twee, een andere voorvertoning een paar weken later. Na al mijn verzet was er opeens een vloeiende film, organisch voortbewegend, die ook nog eens voorzag in mijn behoefte aan sneeuw in films (waarvoor dit jaar ook dank aan End of The Tour). Naast de gevoelige vertolkingen van Cate Blanchett en Rooney Mara een liefdesgeschiedenis in jurken, gebouwen, straten en oprijlanen.
Lees hier mijn volledige recensie.
4. Kurt Cobain: Montage of Heck
De ultieme Kurt Cobain documentaire. Hoe de combinatie archiefmateriaal, interviews, home video's en animatie geen allegaartje oplevert, maar juist versterkend werkt tijdens een trip down memory lane. Naar uithoeken die je nog niet kende, beelden die je nog niet zag, fragmenten die je nog niet hoorde. Zowel een rerun ván als een verlate aanvulling óp het tienerleven in de vroege nineties. Tijdens het kijken begin je tegen beter weten in zelfs te hopen, laat het deze keer wel goed met hem aflopen.
3. Le Meraviglie
Op papier een landerige film over een gezin van bijenhouders op het Italiaanse platteland, maar Le Meraviglie (de wonderen) doet z'n naam eer aan. Met een zweverig ritme en minimale middelen houdt het de aandacht vast. Realisme met een Felliniaanse touch in de persoon van Monica Belluci als tv presentatrice annex droombeeld annex diva. Klinkt als een groot contrast, maar voelt hier gewoon op zijn plaats. Een wondertje.
2. Taxi Teheran
Verbeelding als antidote voor censuur. Zonder enige wrok neemt regisseur Jafar Panahi (sinds 2010 veroordeeld tot zes jaar huisarrest en twintig jaar beroepsverbod vanwege een te realistische weergave van Iran) onder de loep wat werkelijkheid op film dan is. Een vrolijke, hoopvolle en speelse film die stiekem werd gemaakt. Rijdend door Teheran als een mini Odyssee zonder bestemming. Zo moet je dus omgaan met tegenslag.
Lees hier mijn volledige recensie.
1. Turist
De beste film van het jaar kwam vroeg. Het hele jaar door dacht ik telkens weer: er komt er een, waar ik mijn hart aan geef. Er kwamen er meerdere (zie de titels hierboven), maar niks stootte de 1 van 1. Ruben Östlund (Involuntary, Play) stond al bekend om zijn sociologische observaties, constant schipperend tussen humor, plaatsvervangende schaamte en gewoonweg tandenknarsend pijnlijk, maar deze keer is hij nog microscopisch preciezer. Met een grotendeels witte achtergrond (meer sneeuw!) waartegen alles nog beter aftekent. De ontmaskering van de mannelijkheid en hoe dat weg te lachen. Zonde dat dat bij ons een toerist heet en niet, zoals de internationale titel, Force Majeur.
Lees hier mijn volledige recensie.